Proces

Observatieschrift

De student voorziet een observatieschrift waarin hij tijdens de observatiedagen de nodige informatie verzamelt over de klaswerking, klasschikking, afspraken,…. Ook de observatiegegevens van de kleuters worden hierin neergeschreven. Door gerichte observatie worden deze gegevens, in de loop van de stage, aangevuld met nieuwe informatie. Hierdoor kan de student gerichte interventies plannen en voldoende differentiatie voorzien om zo de betrokkenheid en het welbevinden van de kleuters te stimuleren.

Participerende observatie en didactische oefeningen in team-teaching

Voorafgaand aan de stage heeft de student de mogelijkheid om een aantal dagen tijd te besteden aan observatie van de stageklas. De eerste 3 dagen van de twee weken durende stage zal de student actief participeren in team-teaching met de mentor en zal hij didactische oefeningen uitvoeren. De student maakt zelf concrete afspraken met de mentor over de invulling en verloop van deze dagen.

Hieronder vind je een lijstje met verplichte didactische oefeningen (al dan niet in team-teaching uit te voeren). De student werkt telkens een (verkorte) activiteitenfiche uit.

  • Beweging
  • Waarneming
  • Onthaal
  • Poppenspel
  • Muzisch klasproject

Keuze BC

In samenspraak met de mentor kiest de student het BC dat uitgewerkt zal worden.

Voorbereidende stappen, stagemap en agenda

Klik hier voor alle informatie!

De student voert de voorbereiding zo goed mogelijk uit tijdens de realisatie en stuurt bij indien nodig.

 

Jaaropdrachten 

Klik hier voor alle informatie!

Agenda

De agenda vormt de spil tijdens de stage. Er wordt vertrokken van een doordachte planning. In een dagelijkse grondige nawerking/reflectie volgt de student de ontwikkeling van de kleuters op en reflecteert hij over zijn eigen leerproces en stuurt zichzelf en zijn aanpak bij. De agenda is een handelingsgericht instrument: kleuters worden geobserveerd, de student evalueert zichzelf en vanuit die observaties en reflecties worden verantwoorde wijzigingen getroffen naar de volgende dag(en). Zo wordt het goed doordachte aanbod afgestemd op deze groep en ontwikkelen de kinderen in die omstandigheden optimaal. Per activiteit worden de leerplandoelen vermeld en waar nodig verder geconcretiseerd. Wijzingen aan het programma moeten steeds zinvol kunnen verantwoord worden in de nawerking van de agenda. Aanbod dat zich herhaalt (onthaal, eet- en plasmoment, afsluitronde, een verjaardagsritueel,…) wordt uitgeschreven op een fiche. In de agenda wordt correct verwezen naar die specifieke fiche.

Dagelijks zal de student ook reflecteren over zijn eigen handelen (zie portfolio), betrokkenheid van de kinderen (zie observatieschrift), het aanbod, specifieke zorgnoden bij kleuters. Ook zal hij dagelijks 1 speelwerkplek gericht observeren waarbij hij nagaat of de vooropgestelde doelen hierin bereikt worden. Op basis van deze dagelijkse observaties zal de student bijsturen. De reflecties worden beknopt uitgeschreven met aandacht voor actiegerichtheid. (korte analyse van de situatie of gebeurtenis – formuleren van hypothese i.v.m. oorzaken hiervan – plan van aanpak met gerichte interventies)

 

Portfolio

In het portfolio bepaalt de student zijn startcompetentie, zijn beginsituatie. De bedoeling is dat de student tijdens de stage verder werk maakt van het verwerven van de basiscompetenties. Aansluitend bij de eigen beginsituatie stippelt hij zijn persoonlijke groeilijn uit. Zo zet hij bewust sterktes in en creëert hij oefenkansen op zijn maat om zwaktes in evolutie te krijgen. Daartoe ontwerpt hij voor zichzelf een persoonlijk werkplan.

De bedoeling is dat de student zichzelf (onder begeleiding natuurlijk) doorheen de stages van het derde jaar stuurt naar een voldoende beheersing van alle basiscompetenties, van onze domeinspecifieke leerresultaten (DLR). Vooral de ingroeistage, een langdurige en veelzijdige stage georganiseerd aan het eind van de opleiding, zal daartoe kansen bieden.

Toch willen we reeds bij de eerste stage van het derde jaar het portfolio introduceren. Zo kan de student vertrouwd worden met deze werkvorm en kan de praktijkpedagoog nog in de nodige begeleiding voorzien.

Het portfolio wil de student stimuleren tot zelfverantwoordelijk leren. ‘Is de stagiair in ontwikkeling en hoe is de stagiair in staat deze ontwikkeling in handen te nemen?’ zijn hierbij cruciale aandachtspunten. We focussen op het leervermogen van de student. Met leervermogen bedoelen we:

  • het vermogen van de stagiair om aan te geven wat goed loopt en wat minder goed;
  • het vermogen van de stagiair om te onderzoeken waar de oorzaak ligt van zijn ‘succes’ of ‘falen’;
  • het vermogen van de stagiair om actief op zoek te gaan naar alternatieven.

We denken dat aanstaande leraren over deze reflectievaardigheden moeten beschikken om, eens ze in het beroep stappen, blijvend te kunnen ontwikkelen (levenslang leren).

We vinden het heel belangrijk dat de mentor deelgenoot wordt van het portfolio van de student. Door gesprek over het portfolio ervaart de mentor of de student een correct beeld heeft over zichzelf en of hij in staat is zijn eigen leerproces in handen te nemen. De mentor kan hier ondersteunen, bevestigen of bijsturen indien nodig. We kunnen het belang van de mentor niet genoeg beklemtonen. Studenten die zich welkom voelen en zich door hun mentor gesteund voelen, leren sneller en effectiever. In die omstandigheden ervaren studenten de stage als een samenwerken aan evolutie.

Meer informatie!